Stichting en Raad
Stichting voor de Jaarverslaggeving
De Stichting voor de Jaarverslaggeving is op 18 september 1981 opgericht door de volgende organisaties:
- het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO)
- het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW)
- de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)
- het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV)
- de Orde Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA)
Sinds 2001 is een viertal organisaties tot het bestuur van de Stichting toegetreden, namelijk:
- de Beroepsvereniging van Beleggingsdeskundigen (VBA); per 11 december 2001 (De VBA had sinds 1 januari 1986 in de RJ reeds het recht op voordracht van één lid van de gebruikersdelegatie)
- de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA); per 1 juli 2002 (De NOvAA heeft daarmee ook het recht op voordracht van één lid van de controleursdelegatie binnen de RJ)
- de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland (MKB); per 1 oktober 2002 (MKB-Nederland is daarmee gerechtigd één lid van de verschaffersdelegatie binnen de RJ voor te dragen)
- Eumedion; per 8 december 2006
Sinds haar oprichting, stellen de Sociaal-Economische Raad (SER) en het NIVRA ieder jaar financiële bijdragen aan de Stichting ter beschikking. Vanaf het moment dat de NOvAA en Eumedion zijn toegetreden tot het bestuur, dragen ook zij een deel bij ten behoeve van de exploitatie van de Stichting. Daarnaast ontvangt de Stichting inkomsten uit auteursrechten over de verkoop van de door hem uitgegeven Richtlijnenbundel.
Het doel van de Stichting is als volgt omschreven:
- De Stichting heeft ten doel de kwaliteit van de externe verslaggeving, in het bijzonder van de jaarrekening, binnen Nederland door rechtspersonen en andere organisaties te bevorderen.
- Zij tracht dit doel te bereiken:
- door het publiceren van stellige uitspraken en aanbevelingen inzake externe verslaggeving;
- door het gevraagd of ongevraagd adviseren van de overheid en van andere regelgevende instanties aangaande voorschriften inzake externe verslaggeving.
Raad voor de Jaarverslaggeving
Samenstelling, organisatie en werkwijze
Na het in werking treden van de Wet op de Jaarrekening van Ondernemingen in 1971, is het Tripartiete Overleg (TO) ingesteld. Dit orgaan heeft tot 1982 gediend als platform waarop de Commissies Jaarverslaggeving van de organisaties van werkgevers, werknemers en accountants samenwerkten. De werkzaamheden van het TO zijn vanaf september 1981 voortgezet door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ). De RJ is als uitvoerend orgaan van de Stichting statutair belast met het autonoom opstellen en publiceren van stellige uitspraken en aanbevelingen (de Richtlijnen), alsmede het geven van adviezen.
De RJ telt twaalf leden verdeeld in drie delegaties: de verschaffers, gebruikers en controleurs van externe financiële verslaggeving. Iedere delegatie bestaat uit vier leden en een delegatiemedewerker (facultatief). De leden worden per delegatie benoemd door het bestuur van de Stichting, op voordracht van de aangesloten organisaties of andere daartoe uitgenodigde instellingen. Sinds 2002 hebben ook de NOvAA (voor de controleursdelegatie) en de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland (voor de verschaffersdelegatie) het recht op voordracht van één van de leden van de RJ. De onafhankelijke voorzitter wordt eveneens aangesteld door het bestuur en wordt - net als de overige leden van de Raad - benoemd voor een periode van 4 jaar. Zij vergaderen eens per maand (twee dagdelen), of voorts zo vaak de voorzitter, (twee leden van) de Raad of het bestuur van de Stichting daar om verzoekt. De vergaderingen worden daarnaast bijgewoond door waarnemers van het Ministerie van Justitie en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Een belangrijk deel van het werk dat aan het overleg in de RJ vooraf gaat, wordt verricht door de vaktechnische staf. De leden van de staf vervullen ook een functie bij een accountantskantoor of Nederlandse universiteit. De staf staat onder leiding van een voorzitter die ook alle Raadsvergaderingen bijwoont.
De RJ kan voor de voorbereiding van bijzondere onderwerpen werkgroepen instellen, bestaande uit RJ-leden en/of derden. In het algemeen wordt een tripartiete samenstelling daarbij nagestreefd.
De RJ en zijn leden worden tenslotte bijgestaan door twee secretarissen; één voor algemene en één voor vaktechnische zaken en een secretariaatsmedewerker.
De statuten van de Stichting bevatten bepalingen omtrent de besluitvorming in de RJ. Bepaald is dat elke delegatie vetorecht heeft. In de praktijk wordt praktisch nooit gestemd en wordt het overleg voortgezet tot een compromis is bereikt (consensus- of harmoniemodel). Deze regeling en daarop gebaseerde praktijk sluiten aan op het ontbreken van een formeel, wettelijk gefundeerd gezag van de uitspraken van de RJ. Eveneens statutair bepaald is dat stellige uitspraken en aanbevelingen (de Richtlijnen) altijd eerst als ontwerp-Richtlijn moeten worden gepubliceerd, teneinde eenieder gelegenheid voor het indienen van commentaar te geven. Bij het definitief maken van gepubliceerde ontwerpen neemt de RJ de ingediende commentaren zorgvuldig in overweging.
De (ontwerpen voor de) stellige uitspraken en aanbevelingen worden gebundeld uitgegeven onder de titel 'Richtlijnen voor de jaarverslaggeving' door uitgeverij Kluwer te Deventer. Sinds 2004 wordt daarnaast een aparte bundel voor kleine rechtspersonen gepubliceerd. De Richtlijnen zijn ook in elektronische vorm (HTML, on-line en CD-rom) verkrijgbaar. Voor meer informatie zie Bestellen.
De RJ publiceert desgewenst RJ-Uitingen met verduidelijkingen en interpretaties van Richtlijnen, alsmede eventuele wenselijk geachte kleine wijzigingen van de Richtlijnen. Hiermee hoopt de RJ adequaat te kunnen reageren op vragen vanuit het maatschappelijk verkeer. RJ-Uitingen worden gepubliceerd als een zelfstandig leesbaar stuk. De RJ-Uitingen worden verwerkt in de eerstvolgende jaareditie van de Richtlijnen en hebben daarna in het algemeen geen zelfstandige betekenis meer. Publicatie vindt plaats via de website.
De adviezen die de RJ gevraagd en ongevraagd uitbrengt, worden alleen gepubliceerd als het stuk of de aangelegenheid waarover wordt geadviseerd openbaar is. Zie Commentaren uitgebracht door de RJ voor een overzicht.
[ naar boven ]
Strategienota
De RJ heeft in april 2005 een strategienota voor de komende jaren gepubliceerd. In de strategienota komen in het bijzonder de volgende onderwerpen aan de orde: De rol van de RJ in de toekomst, de betrokkenheid bij de totstandkoming van IFRS, de gevolgen van nieuwe bepalingen in IFRS voor de Richtlijnen en verbeteringen in de procedures van totstandkoming van de Richtlijnen. Klik hier voor de volledige tekst van de strategienota.
[ naar boven ]
De RJ en zijn internationale relaties
In internationaal verband is de RJ lange tijd opgevallen door de uitdrukkelijke plaats die gebruikers van jaarverslaggeving in de RJ innemen. De laatste jaren wordt ook elders ingezien dat gebruikers een belangrijke zeggenschap toekomt in het formuleren van regels voor externe verslaggeving. Een ander opvallend aspect betreft de kleinschaligheid van de RJ. Andere regelgevers werken met veel grotere budgetten en met een grote professionele staf en veelal fulltime leden.
Als één van de belangrijkste invloedsfactoren binnen de internationale verslaggeving moet zeker de Europese Unie (EU) worden genoemd. De door de EU uitgebrachte Europese Richtlijnen hebben de jaarverslaggeving van de Lidstaten door de jaren heen dichter bij elkaar gebracht. Met betrekking tot het harmoniseren van externe financiële verslaggeving binnen de EU zijn met name de Vierde Richtlijn (enkelvoudige jaarrekening), de Zevende Richtlijn (geconsolideerde jaarrekening) en de aparte richtlijnen voor de jaarrekening van banken en verzekeringsinstellingen van groot belang geweest. De besluitvorming omtrent deze regelgeving en de wijzigingen daarin werd voorbereid door het zogenaamde Contactcomité (sinds 2002 de ‘Accounting Regulatory Committee'), waarin de bij de wetgeving betrokken ambtenaren van de Lidstaten overleg voerden. Daarnaast adviseerde het zogenaamde Forum de Europese Commissie over jaarrekeningzaken. De leden van het Forum waren afkomstig van diverse regelgevers en belangengroeperingen uit de Lidstaten. Vanuit Nederland nam onder meer de voorzitter van de RJ deel aan dit Forum.
Vanaf de oprichting van het International Accounting Standards Committee (huidig IASB) in 1973 is de RJ voortdurend betrokken geweest bij deze onafhankelijke regelgevende organisatie. Dit kwam voornamelijk tot uitdrukking in de commentaren die de RJ leverde op Exposure Drafts en Discussion Papers, maar ook door te participeren in periodiek overleg van regelgevers (standard setting bodies) onder auspiciën van de IASB. De belangrijkste betrokkenheid betrof echter het beleid van de RJ om de (ontwerp-)Richtlijnen in overeenstemming te doen zijn met de Standaarden van de IASB. Sinds 19 juli 2002, de datum waarop de Europese Commissie besloot de standaarden van de IASB voor te schrijven voor de jaarverslaggeving van beursgenoteerde ondernemingen in de EU, is de rol van IASB binnen Europa gewijzigd. De EU maakt niet langer zelf regelgeving voor verslaggeving voor beursgenoteerde ondernemingen, maar schrijft (via het doorlopen van een goedkeuringsprocedure) de uitgebrachte International Accounting Standards (IAS) en International Financial Reporting Standards (IFRS) voor aan ondernemingen. De RJ huldigt de opvatting, dat er ook voor hem een toekomstige rol in dit proces van internationale regelgeving weggelegd blijft. Weliswaar brengt de opkomst van IFRS een verandering in de rol van de RJ met zich mee, maar dit betekent naar de mening van de RJ nog niet, dat hij geen nuttige functie meer kan vervullen in het bevorderen van de kwaliteit van de jaarverslaggeving. Dit standpunt is gebaseerd op de volgende argumenten:
- IFRS is uitsluitend verplicht voor de geconsolideerde jaarrekening van beursgenoteerde rechtspersonen. Alle andere rechtspersonen kunnen kiezen voor hetzij toepassing van IFRS hetzij toepassing van de specifieke bepalingen in Titel 9 (en de Richtlijnen van de RJ).
- Verwacht mag worden dat, voor tenminste een groot aantal jaren, vele rechtspersonen zullen kiezen voor de toepassing van Titel 9 en de Richtlijnen, onder andere omdat IFRS nog onvoldoende is afgestemd op de informatiebehoeften van gebruikers van kleinere rechtspersonen en rechtspersonen in specifieke bedrijfstakken, en omdat voorts voor vele rechtspersonen de afweging van kosten en baten inzake toepassing van IFRS ten nadele van IFRS uitvalt. Bovendien besteedt IFRS vooralsnog geen aandacht aan elementen als het jaarverslag, verantwoording over maatschappelijk verantwoord ondernemen, en informatieverschaffing inzake aspecten van corporate governance.
- De RJ vervult een belangrijke functie als het expertise-orgaan in Nederland dat direct betrokken is bij de totstandkoming van IFRS door het geven van commentaren, door het verzoeken om verduidelijkingen en interpretaties, en door het zitting nemen in werkgroepen van de IASB of van EFRAG; deze functie wordt steeds belangrijker naarmate meer Nederlandse ondernemingen IFRS toepassen.
- Ook de IASB en EFRAG zien een samenwerking met de nationale regelgevers als essentieel voor het welslagen van hun doelstellingen.
In aansluiting op de werkzaamheden van de RJ in het verleden en de vorenstaande argumenten zal één van de belangrijkste doelstellingen van de RJ vanaf 2005 de volgende zijn: een hoge mate van betrokkenheid bij de totstandkoming van IFRS tonen door het geven van commentaren op ontwerp-standaarden, door het verzoeken om verduidelijkingen en interpretaties, door het actief participeren in het werk van IASB en EFRAG, en door het zitting nemen in werkgroepen ter voorbereiding van discussiepapers en standaarden.
[ naar boven ]
Werkterreinen
De RJ behandelt in zijn bundel Richtlijnen situaties die geregeld voorkomen en waarvan de behandeling in de jaarrekening vragen kan oproepen. De antwoorden die de RJ voor deze vragen ontwikkelt, moeten uiteraard primair voldoen aan de algemene en specifieke wettelijke voorschriften (met name Titel 9 Boek 2 BW). De RJ betrekt daarbij de arresten van de Ondernemingskamer (OK) inzake jaarverslaggeving en de arresten van de Hoge Raad (HR) voor de OK-arresten waarvoor cassatie bij de HR is ingesteld.
De benadering van de RJ is vooral gericht op de meest algemene rechtsvormen waarin ondernemingen worden gedreven, te weten de besloten en de naamloze vennootschap. Maar ook wordt (beperkt) aandacht besteed aan de coöperatie. Overigens zijn tal van vragen en antwoorden onafhankelijk van de rechtsvorm. Afzonderlijke aandacht is en wordt nog besteed aan de jaarverslaggeving van beleggingsinstellingen, banken en verzekeringsmaatschappijen. Dit in navolging van Titel 9, die bijzondere regels voor de jaarverslaggeving van deze bedrijven bevat.
Een wat andere plaats nemen de Toegelaten instellingen volkshuisvesting in. Deze instellingen (woningcorporaties) zijn door een Ministerieel Besluit verplicht om vanaf boekjaar 1994 een groot deel van Titel 9 Boek 2 BW toe te passen. De RJ heeft voor toegelaten instellingen daarom een bedrijfstakspecifieke Richtlijn geschreven. Een andere bijzondere branche betreft de Fondsenwervende instellingen. De grote charitatieve fondsenwervers hebben tezamen met het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) een Proeve van een Richtlijn ontwikkeld en in de praktijk beproefd. In overleg met de RJ is deze Proeve verder ontwikkeld en aangepast en vervolgens in de bundel van de RJ als ontwerp-Richtlijn en uiteindelijk als definitieve Richtlijn gepubliceerd. Deze specifiek op de jaarrekening van fondsenwervers gerichte tekst is door het CBF al opgenomen in een keurmerk, dat voor de beslissing of een instelling ‘collecte waardig' is een doorslaggevende rol speelt. Voor zorginstellingen bestaat de wettelijke regeling Jaarverslaggeving Zorginstellingen (RJZ). Deze regeling bepaalt dat zorginstellingen hun jaarverslaggeving moeten opstellen in overeenstemming met de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Daarnaast kent de RJ-regelgeving bedrijfstakspecifieke Richtlijnen voor pensioenfondsen, commerciële stichtingen en verenigingen en organisaties-zonder-winststreven.
Sinds 2004 kent de RJ ook een aparte bundel speciaal voor kleine rechtspersonen, voortkomend uit de behoefte aan beter toegespitste en in simpeler bewoordingen opgestelde Richtlijnen als tegenhanger voor de uitgebreide ‘juridische' teksten van de International Accounting Standards en/of Richtlijnen van de RJ voor grote en middelgrote rechspersonen. Bij het opstellen van deze bundel is uitgegaan van de veronderstelde informatiebehoeften die bij gebruikers van jaarrekeningen van kleine rechtspersonen aanwezig zijn. Daarbij is uitdrukkelijk rekening gehouden met de kosten en baten en dus met de administratieve lasten die verbonden zijn aan het opmaken van de jaarrekening. Voorts is uitgegaan van de huidige wettelijke vrijstellingen voor kleine rechtspersonen.
Tot nu toe zijn van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen editie 2004, editie 2005 en editie 2007 verschenen. De RJ had besloten editie 2006 van de bundel voor kleine rechtspersonen niet uit te geven, omdat er nog onvoldoende duidelijkheid was over de verwachte wetgeving die het voor kleine rechtspersonen mogelijk maakt de commerciële jaarrekening op te stellen op basis van fiscale grondslagen. In de loop van 2007 is besloten de kleine bundel vooralsnog te handhaven en via een RJ-Uiting (RJ-Uiting 2007-6) de aanpassingen op editie 2005 naar buiten te brengen. In vervolg hierop is editie 2007 van de bundel voor kleine rechtspersonen verschenen.
[ naar boven ]